
| Nu noch | Met dank aan Hellen Gieske Terug |
In 1964 is door pater Ivo van Dinther de Middelnederlandse klucht Nu Noch vertaald naar Nog meer. Dit stuk is gespeeld op een toneelfestival van alle Carmelscholen in Zwolle. Op welke plaats het stuk uiteindelijk is geëindigd is niet bekend. Op school is de klucht ook uitgevoerd.
Aan het begin van 't stuk klaagt de man tot zijn buurman, dat hij zoveel te verduren heeft van z'n vrouw. Ze wordt hoe langer hoe kwader. De buurman raadt hem aan als ze weer opspeelt, niets anders te zeggen dan: "Nu noch" (d.w.z. toe maar, nog meer). De man ziet er weinig voordeel in: ze zal hem bont en blauw slaan. "Ja", zegt de buurman, maar wat zou je ervan zeggen, als ze later "wel stoffeerde u caken met goeder spijse". De man stemt toe en de buurman zal aan de vrouw zeggen, dat ze hem gek gemaakt heeft door haar ranselen.
De man gaat naar binnen en vraagt om eten en drinken. Hij krijgt echter een standje, omdat hij zo lang is weggebleven. "Nu noch", is z'n antwoord. Ze begint te schelden. "Nu noch". Ze slaat hem. "Nu noch". Als haar handen pijn doen, houdt ze op met slaan. Nog steeds zegt haar man : "Nu noch". Daar snapt ze niets van en ten einde raad loopt ze naar de buurman. Die vertelt, dat haar man gek geworden is door het vele slaan. Hij raadt haar aan de pastoor erbij te halen. Samen gaan ze heen. Intussen vergenoegt de man zich over zijn succes.
De pastoor gaat, voorzien van stola, wijwaterkwast en missaal mee naar de man. Hij bezweert hem bij alle boze geesten te zeggen, wat hem mankeert. "Nu noch". Ook hij weet geen raad. De buurman stelt voor hem eens wat eten te geven. Hij krijgt een "vlade", die hij snel opeet. Buurman meent dat alles ligt aan de kwaadheid van de vrouw. Van de pastoor moet ze smeken om vergiffenis. Zodra ze dit gedaan heeft, is Jan genezen. De pastoor gaat weg en ook de vrouw. De man en de buurman verheuccn zich in hun succes. Maar dan komt de vrouw terug en beiden krijgen ze op hun kop. De man belooft nooit meer "Nu noch" te zeggen, de buurman zal zijn hand niet meer tussen "schus en boom" steken.
Tot slot spreekt de vrouw de wens uit, dat God hen allen moge bewaren.
| Tekst: | Onbekend |